Nieuws

Graag delen wij met u relevante ontwikkelingen vanuit ons vakgebied. Deze publicaties bevatten praktische tips, oplossingen en wellicht inspiratie om uw kennis verder te verrijken.

Het hoe en waarom van een cyberverzekering.

Steeds meer bedrijven sluiten een zogenaamde cyberverzekering af. Zo willen zij zich beschermen tegen de financiële gevolgen van cybercriminaliteit. Denk hierbij aan hackers of DDoS-aanvallen. Wat houdt een dergelijke verzekering in? Hoe zinnig is het om een cyberverzekering af te sluiten? Graag zetten wij het een en ander voor u op een rijte.

Wat is een cyberverzekering?

Een cyberverzekering is een verzekering die bedrijven beschermt tegen de financiële risico’s van cyberaanvallen, zoals aanvallen van hackers, virussen of DDos-aanvallen. Deze aanvallen kunnen een bedrijf platleggen of ervoor zorgen dat gevoelige informatie in de verkeerde handen terechtkomt. De schade van een cyberaanval is vaak aanzienlijk. Dit geld gaat onder andere op aan het herstel van de getroffen systemen, afhandelen van schadeclaims, en misgelopen inkomsten. Een cyberverzekering vergoedt deze kosten voor een groot deel.

Dekken mijn overige verzekeringen deze risico’s niet?

Deze schade wordt vaak niet of niet volledig gedekt door andere verzekeringen. Technische verzekeringen, brandverzekeringen en aansprakelijkheidsverzekeringen dekken alleen materiële schade en/of letselschade. Verloren gegane digitale informatie telt niet als materiële schade. Fraudeverzekeringen dekken bepaalde financiële schade wel. Maar dan moet er sprake zijn van daadwerkelijk verlies van saldo op bankrekeningen. Met andere woorden: er moet geld van je bedrijf gestolen worden. Misgelopen inkomsten, herstelkosten en schadeclaims vallen hier niet onder.

Is een cyberverzekering nuttig voor mij?

Veelal denken ondernemers bij de term “cyberaanval” aan aanvallen op grote bedrijven als overheden, multinationals en banken. Deze aanvallen staan immers veelal in de krant. Maar ook kleinere bedrijven worden steeds vaker aangevallen. Omdat zij minder middelen voor computerbeveiliging beschikbaar hebben zijn zij steeds vaker een gemakkelijke prooi. Het is dus belangrijk om u te beschermen tegen cybercriminelen. Naast de diverse preventieve maatregelen die u kunt nemen kan ook een cyberverzekering een nuttige aanvulling zijn, ongeacht hoe groot u bent.

Hieronder tref u een aantal voorbeelden aan waarop u kunt rekenen indien u een cyberverzekering heeft afgesloten.
De verzekering vergoedt de financiële schade in geval van een cyberaanval (tot op een bepaalde hoogte) denk hierbij aan:

• Aansprakelijkheid

Als uw netwerk wordt gehackt, kan er vertrouwelijke informatie in verkeerde handen vallen. Denk aan financiële gegevens of klantendossiers. Uw bedrijf kan hiervoor aansprakelijk worden gesteld. Dit is niet verzekerd op een ‘standaard’ Aansprakelijkheidsverzekering. Cyberrisk biedt u ondersteuning als u aansprakelijk wordt gesteld door anderen voor schade die zij door uw ICT-activiteiten oplopen. Als u aansprakelijk bent, wordt de schade vergoed. Is er discussie over de aansprakelijkheid dan wordt u geholpen bij het verweer.

• Boetes

Iedere ondernemer in Nederland is wettelijk verantwoordelijk voor de privacygevoelige informatie in zijn bedrijf. Bij overtreding van de meldplicht datalekken kunt u een boete krijgen. U kunt hulp krijgen bij het inrichten van uw bedrijfsvoering zodat u het maximale heeft gedaan om boetes te voorkomen. Krijgt u na een cyberincident toch een boete van de Autoriteit Persoonsgegevens dan is er een mogelijkheid om deze vergoed te krijgen.

• Schade bedrijf

Een hacker of virus kan uw website, software of andere digitale eigendommen zo beschadigen dat herstel niet mogelijk is. Ook kunnen gegevens verloren gaan. U krijgt dan een vergoeding van de kosten om deze te vervangen. Ook de kosten van gestolen data en software worden vergoed.

• Winstverlies

Na een aanval met ransomware of een cyberaanval kan uw bedrijf of netwerk langere tijd onbereikbaar zijn en kunnen uw bedrijfsactiviteiten stil komen te liggen. Dit kost u klanten en omzet, terwijl uw vaste lasten doorlopen. Er bestaan mogelijkheden om dit verlies op te vangen.

Daarnaast biedt een verzekeraar veelal hulp aan van experts, deze experts kunnen meedenken over passende beschermingsmaatregelen ter voorkoming van schade. Daarnaast wordt hulp geboden voor het opstellen van een Incident Response Plan. Met dit plan beschrijft u wat er moet gebeuren als uw bedrijf te maken krijgt met cybercrime.

Als u toch met cybercrime te maken krijgt is het mogelijk om toegang te krijgen tot een helpdesk die u bijstaat om zo snel mogelijk weer operationeel te zijn. Ook zal er een forensisch onderzoek moeten plaatsvinden naar de oorzaak en gevolgen van de cyberaanval.

En mocht het bijvoorbeeld gebeuren dat uw klantgegevens op straat liggen, kunt u rekenen op hulp met PR en communicatie.
Wilt u meer weten over dit onderwerp neem dan gerust contact met ons op.

Variabele ingangsdatum pensioenuitkering

Er is de laatste tijd nogal wat verandert inzake de ingangsdatum van het oudedagspensioen. Voorheen liep de ingangsdatum van het oudedagspensioen synchroon met die van de ingangsdatum van de AOW uitkering. Thans is er in de meeste gevallen sprake van 3 verschillende datums waarop de oudedagsvoorziening ingaat: 1) 65 jaar voor oude pensioenaanspraken, 2) 66 jaar tot 67 jaar en 3mnd voor de AOW en 3) 68 jaar voor pensioenaanspraken > 01-01-2018. Gelukkig kennen de meeste pensioenregelingen de mogelijkheid van uitstel-, of vervroeging van de pensioenleeftijd waardoor de werknemer zelf kan bepalen wanneer hij/zij een oudedagspensioenuitkering gaat ontvangen.

De wettelijke uitstelperiode voor het oudedagspensioen is maximaal 5 jaar na de AOW-ingangsdatum. Het zogenaamde “doorwerkvereiste” is hierbij komen te vervallen.

Vervroegen kan vanaf 61 jaar, maar de pensioenuitkering wordt ong. 8% lager met ieder jaar dat er vervroegd wordt (dubbele degressie), er is dus tevens een “natuurlijk maximum” aan het aantal jaren dat je kunt vervroegen.

Een werknemer kan dus (een deel) van zijn/haar oudedagspensioen opnemen om bijv. een dag in de week minder te werken. Op deze wijze kan een oudere werknemer toch aan het arbeidsproces deel blijven nemen.

Voor werknemers die na hun AOW-ingangsdatum nog door willen werken is er ook het een en ander gewijzigd:

Bij het bereiken van de AOW-Leeftijd kan de werkgever de arbeidsovereenkomst zonder tussenkomst van de rechter of het UWV ontbinden. De opzegtermijn van een AOW-er bedraagt 1 maand.

Ketenbepaling; Voor mensen die doorwerken na de AOW-gerechtigde leeftijd in een nieuw dienstverband, ontstaat er pas van rechtswege een contract voor onbepaalde tijd na zes tijdelijke contracten, of na verloop van 48 maanden. Bij een vast dienstverband gelden de gewone ontslagregels, maar hoeft er bij ontslag van een AOW-er geen transitievergoeding te worden betaald.

Ziekte; Als de AOW-er ziek wordt dan hoeft de werkgever het loon maximaal 13 weken door te betalen in plaats van 104 weken. Tevens gelden er minder zware re-integratie verplichtingen. Deze maatregel wordt in 2018 geëvolueerd. (Bij positieve uitkomst kan de termijn van 13 weken terug naar 6 weken).

Loon; De AOW-er heeft recht op tenminste het minimumloon of het Cao-loon dat geldt voor andere werknemers die hetzelfde werk verrichten. Werkgever is niet verplicht om het aantal werkuren van een AOW-er op zijn/haar verzoek uit te breiden.

Veel vraagtekens rondom partnerpensioen

Nederlanders snappen weinig van partnerpensioen en van de grote financiële gevolgen die een overlijden voor de nabestaanden kan hebben. Dat is de conclusie uit onderzoek dat Motivaction deed in opdracht van Aegon. Slechts een op de drie weet überhaupt dat partnerpensioen met overlijden heeft te maken. Wat in de verwarring ook niet helpt: wie precies partner is kan per regeling verschillen, net als het recht op een uitkering.

Meer gelijkheid in de regelingen en betere informatie aan werknemers en werkgevers over de werking van het partnerpensioen zijn daarbij belangrijke aandachtspunten."

Zorgwekkend

Uit het onderzoek van Motivaction onder werkende Nederlanders met een partner komen volgens Aegon "zorgwekkende resultaten. Zo heeft een op de drie geen idee of ze recht hebben op partnerpensioen en weet meer dan de helft niet wat het financieel betekent voor hun partner als hij voor de pensioendatum overlijdt. Terwijl ook een op de drie zich te rijk rekent en een uitkering verwacht van minstens zeventig procent van het laatstverdiende loon.

In werkelijkheid is dat minder dan de helft van het laatstverdiende loon.

"De verwarring onder werknemers wordt gevoed door het gebrek aan uniformiteit in het partnerpensioen. Wie precies als partner wordt erkend, verschilt per regeling. Soms is dat beperkt tot gehuwden en mensen met een geregistreerd partnerschap of een notariële akte. Als je dan samenwoont zonder zulke papieren en je partner overlijdt, krijg je dus niets. Ook al woon je al jaren samen onder één dak.

“Het hangt ook van je pensioenregeling af of je sowieso recht hebt op partnerpensioen. Niet iedere regeling kent een voorziening bij overlijden.

Waar die regeling wel bestaat, heb je twee smaken. Bij sommige werkgevers bouw je een partnerpensioen met een blijvende waarde op, terwijl je in andere regelingen weer alleen bent verzekerd voor overlijden tijdens je dienstverband. Als je daar uit dienst gaat en je overlijdt, dan krijgt je partner niets.”

Financiële problemen

Over de hoogte van het partnerpensioen meldt een kwart van de werknemers dat ze in de financiële problemen komt als hun partner overlijdt. Een derde denkt dat – andersom - hun partner te weinig geld krijgt als zijzelf overlijden. Zestig procent weet niet dat een eerder huwelijk van invloed is op de hoogte van de uitkering aan de huidige partner.

Uit het onderzoek blijkt dat vooral kwetsbare groepen – jongeren, laagopgeleiden, mensen met een laag inkomen - slecht op de hoogte zijn van partnerpensioen en zich dan ook minder goed indekken tegen een terugval in inkomen. Voor zover ze bekend zijn met partnerpensioen, willen dan ook vooral deze groepen één regeling die bij alle werkgevers hetzelfde is.

Verzamelwet pensioenen 2019 aangenomen

Op 11 december nam de Eerste Kamer het wetsvoorstel Verzamelwet pensioenen 2019 aan. Wij lichten er voor u een aantal punten uit.

Verzamelwet pensioen 2019

Deze wet wijzigt de Pensioenwet en enkele andere wetten en beoogt een verbetering van de pensioenwetgeving. Het wetsvoorstel bevat onder meer wijzigingen in het kader van de volgende onderwerpen:

  • Waardeoverdracht;
  • Overbruggingspensioen;
  • Versterken medezeggenschap bij kleine ondernemingen.

Waardeoverdracht klein pensioen

In de Pensioenwet staat dat pensioenuitvoerders kleine pensioenen (2018: €474,11) twee jaar na einde deelneming eenzijdig kunnen afkopen. Dat moeten ze dan binnen zes maanden doen. Door de Wet waardeoverdracht klein pensioen wordt dit eenzijdig recht op afkoop met ingang van 1 januari 2019 afgeschaft en vervangen door een automatisch recht op waardeoverdracht.

De huidige eenzijdige afkoopmogelijkheid binnen zes maanden na twee jaar na einde deelneming wordt volledig van toepassing op alle kleine pensioenen die zijn ontstaan vóór 1 januari 2018.

Overbruggingspensioen

Tot 1 juli 2016 bestond een tijdelijke regeling waarbij variabilisering werd toegestaan van al ingegaan ouderdomspensioen. Deze regeling was specifiek bedoeld voor mensen die vóór 1 januari 2016 vervroegd met pensioen waren op het moment dat de AOW leeftijd (versneld) werd verhoogd.

De tijdelijke regeling stelde hen in staat om de onverwachte verhoging van de AOW-leeftijd op te vangen door de uitkering alsnog te variabiliseren. Deze goedkeuring was nodig omdat de mate van variabilisatie van pensioen in beginsel uiterlijk bij het ingaan van het pensioen moet worden vastgesteld.

Er zijn ook mensen die ná 31 december 2015 vervroegd met pensioen zijn gegaan, en vanaf 2022 te maken kunnen krijgen met een hogere AOW-leeftijd dan de AOW-leeftijd die volgens de stand van zaken ten tijde van het ingaan van pensioen voor die mensen zou gelden. Dit betreft mensen die hun ouderdomspensioen met meer dan vijf jaar hebben vervroegd. Een leeftijdsverhoging van de AOW wordt immers vijf jaar van tevoren aangekondigd.

De Pensioenwet wordt zodanig gewijzigd dat - wanneer het pensioen al is ingegaan en de wettelijke AOW-ingangsdatum wordt verhoogd - de variatie uiterlijk moet worden vastgesteld bij het bereiken van de AOW-leeftijd, zoals die die van toepassing was voor deze verhoging.

Versterken medezeggenschap kleine ondernemingen

De Verzamelwet Pensioenen 2019 versterkt de informatierechten van personen die werkzaam zijn in een kleine onderneming waar geen ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging is ingesteld. De Wet op de ondernemingsraden (WOR) wordt daarop aangepast.

Uitgangspunt is dat in een dergelijke kleine onderneming ten minste twee keer per jaar een personeelsvergadering wordt gehouden.

In het huidig recht ontbreekt een expliciet recht om op verzoek informatie te ontvangen over de arbeidsvoorwaarde pensioen die werknemers nodig kunnen hebben ten behoeve van de personeelsvergadering. Dit informatierecht wordt nu expliciet in de WOR opgenomen. Als de informatie schriftelijk bij de ondernemer beschikbaar is, dan moet de ondernemer de informatie schriftelijk verstrekken.

De in de onderneming werkzame personen kunnen enkel informatie opvragen over de arbeidsvoorwaarde pensioen, voor zover die relevant is voor het collectief van de in onderneming werkzame personen. Hierbij kan onder andere worden gedacht aan voorstellen tot vaststelling, wijziging of beëindiging van de pensioenregeling. Omdat ook wijzigingen in de uitvoeringsovereenkomst van invloed kunnen zijn op de arbeidsvoorwaarde pensioen, en dus onderwerp van advies kunnen zijn, krijgen de in de onderneming werkzame personen een vergelijkbaar expliciet informatierecht ten aanzien van elke voorgenomen vaststelling, wijziging of intrekking van een uitvoeringsovereenkomst of uitvoeringsreglement. Daarnaast krijgt de personeelsvertegenwoordiging een initiatiefrecht. Hiermee kan de personeelsvertegenwoordiging het onderwerp pensioen agenderen voor overleg. De ondernemer is vervolgens ook verplicht hierover in overleg te treden.

Werkgever krijgt compensatie voor loondoorbetaling bij ziekte

Voor veel (kleine) werkgevers is de twee jaar durende loondoorbetalingsplicht bij ziekte een zware last om te dragen. In het regeerakkoord stelde het kabinet daarom voor de loondoorbetalingsplicht voor werkgevers met minder dan 25 werknemers te verkorten naar maximaal één jaar. Maar dit plan bleek onuitvoerbaar. Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gaf toen aan open te staan voor alternatieve maatregelen. Hij heeft nu met werkgeversorganisaties en het Verbond van Verzekeraars afspraken kunnen maken. Door deze afspraken moet de loondoorbetalingsplicht bij ziekte minder zwaar worden, hoewel deze onveranderd twee jaar blijft duren.

Per 1 januari 2020 een ‘MKB verzuim-ontzorgverzekering’

De afspraken over ziekte en re-integratie zijn met name gemaakt om kleine werkgevers te ontlasten. Toch profiteren (middel)grote werkgevers hier ook van. Het gaat om de volgende plannen:

  • Vanaf 2020 moet er een goed betaalbaar type verzuimverzekering (tool) komen die kleine werkgevers écht ontzorgd: de MKB verzuim-ontzorgverzekering. Deze dekt het financiële risico én helpt bij de verplichtingen en taken rondom de loondoorbetaling bij ziekte. De verzekering is ‘Poortwachterproof’, waardoor een eventuele loonsanctie niet voor rekening van de werkgever komt als hij de adviezen van de verzekeraar heeft opgevolgd.
  • Vanaf 2021 ontvangen werkgevers een financiële tegemoetkoming voor de kosten van het tweede loondoorbetalingsjaar. Hier wordt € 450 miljoen per jaar voor vrijgemaakt. Het gaat om een korting op de premieheffing, die ruim € 1.000 per werkgever zou bedragen. Kleine werkgevers kunnen dit geld gebruiken voor de verzuim-ontzorgverzekering. Een specifieke tegemoetkoming voor kleine werkgevers is nu niet mogelijk. Maar de minister wil uiterlijk per 2024 de korting vervangen door een lagere Aof-premie voor alleen kleine werkgevers.
  • Vanaf 2021 beoordeelt de verzekeringsarts van UWV niet meer het medisch advies van de bedrijfsarts bij de toets van de re-integratie-inspanningen na twee jaar ziekte (RIV-toets). Problemen door een verschil in inzicht tussen de bedrijfsarts en verzekeringsarts over de belastbaarheid van een werknemer verdwijnen daardoor. De RIV-toets wordt vanaf 2021 volledig uitgevoerd door arbeidsdeskundigen van UWV. Vervult een werkgever de plichten die horen bij het medisch advies van de bedrijfsarts, dan volgt geen loonsanctie.
  • De rol van zieke werknemers wordt verstevigd. Zij moeten in het plan van aanpak en de eerstejaarsevaluatie hun visie op het re-integratietraject geven. Dat moet tot meer betrokkenheid bij de re-integratie leiden van zowel werkgever als werknemer.
  • Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, UWV en het Verbod van Verzekeraars werken samen aan betere communicatie over het thema loondoorbetaling bij ziekte, zodat werkgevers beter weten waar ze aan toe zijn en wat er van ze verwacht wordt.

AOW-leeftijd in 2024 niet omhoog

De AOW-leeftijd gaat in 2024 niet omhoog. In 2024 hebben mensen recht op AOW met 67 jaar en drie maanden. Daarmee blijft de AOW-leeftijd gelijk in 2022, 2023 en 2024. Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft dit vastgesteld op basis van de jaarlijkse raming van de levensverwachting door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en een wettelijk vastgelegde formule voor de vaststelling van de AOW-leeftijd.

De AOW-leeftijd wordt vanaf 2022 automatisch aangepast aan de levensverwachting op 65-jarige leeftijd. Eventuele verhoging wordt vijf jaar van te voren aangekondigd. Indien nodig geeft dit mensen de tijd om bijvoorbeeld extra te sparen voor hun (aanvullend) pensioen.

De levensverwachting stijgt weliswaar enigszins in 2024, maar niet zoveel dat de AOW-leeftijd moet worden aangepast. Afgelopen jaren werd de AOW-leeftijd in 2022 en 2023 ook vast gesteld op 67 jaar en drie maanden. De levensverwachting blijft op langere termijn wel stijgen, maar de stijging verloopt niet gelijkmatig.

De AOW-leeftijd is nu 66 jaar, volgend jaar 66,4 jaar. Tot 2022 gaat de AOW stapsgewijs omhoog. Het kabinet Rutte-I heeft dat in 2012 besloten om de oudedagsvoorziening ook in de toekomst betaalbaar te houden.

Menselijke handelen is de belangrijkste oorzaak van bedrijfsbranden in Nederland.

En daarmee is het één van de grootse bedreigingen van de bedrijfscontinuïteit in het midden- en kleinbedrijf. Bij schade door brand komen veel bedrijven stil te liggen en uiteindelijk gaat 50% van de bedrijven zelfs failliet. Preventieve maatregelen zijn daarom essentieel. In dit bericht treft u de top 10 van oorzaken aan en een aantal eenvoudige tips waarmee u brand kunt voorkomen.

Menselijke handelen de belangrijkste oorzaak van brand. Denk hierbij aan ongelukken als gevolg van verkeerd machinegebruik, brand dat ontstaat na het aanrijden van een elektriciteits-voorziening in het magazijn, maar ook het roken van sigaretten en het onzorgvuldig omgaan met brandbare stoffen komen nog steeds veelvuldig voor.

Na menselijk falen, komt brand als gevolg van 'elektra' als belangrijkste brandoorzaak naar boven. Deze branden ontstaan vaak na kortsluiting in verouderde stoppenkasten, maar ook in stopcontacten; bijvoorbeeld door kwalitatief slechte of beschadigde opladers of het onnodig aan laten staan van apparatuur. Wat verder opvalt in de top 10 is dat veel branden ontstaan door 'externe' factoren; bijvoorbeeld brand in of bij een naburig pand, maar ook door brandstichting, inbraak of bliksem.

U kunt als ondernemer dus nog zo voorzichtig zijn, u bent toch vaak nog afhankelijk van andere mensen of factoren om u heen. Het is belangrijk dat ondernemers zich hiervan bewust worden. Kijk daarom verder dan uw eigen pand en bespreek mogelijke risico's met aangrenzende ondernemers en/of omwonenden. Vaak zijn er gezamenlijk goede oplossingen te realiseren die veel ellende kunnen voorkomen

De top 10 van brandoorzaken:

  • Menselijk handelen
  • Brand Elektra
  • Brandstichting
  • Brand Naburig
  • Bliksem
  • Hennep
  • Brand Broei
  • Brand dakdekken
  • Montagefouten o.a. zonnepanelen
  • Overige en onbekend

Enkele belangrijke tips ter voorkoming van brand die u eenvoudig zelf kunt realiseren zonder extra kosten treft u hieronder aan:

Ruim op

  • In de praktijk gebeurt dat te weinig. De kans op brand neemt af als u bijvoorbeeld na elke zaagklus de werkplaats even stofzuigt. Maar ook stof op kantoor of in een paskamer van een winkel is een brandversneller. Schoonmaken vertraagt de ontwikkeling van een beginnend brandje.

Zet geen voorwerpen of auto’s vlakbij je gevel

  • Vracht- en bestelauto's zijn een dankbaar object voor brandstichters. Het vuur slaat zo over op het pand. Ook pallets, vuilcontainers of andere voorwerpen tegen de gevel zijn geliefd bij pyromanen, maar kunnen ook bij spontane verbranding veel schade veroorzaken.

Sluitronde door medewerker die als laatste weggaat

  • Loop een brand- en sluitronde als u als laatste het pand verlaat. Let er niet alleen op dat ramen en tussendeuren gesloten zijn, maar brandt er geen overbodige verlichting en staat het koffiezetapparaat uit. Een controlelijst is hier een handig hulpmiddel voor.

Zorg voor veilige nachtverlichting tegen inbrekers

  • Een of meerdere lampen laten branden om inbrekers af te schrikken is een goed idee. Controleer wel of de lamp brandveilig is. Lampen geven vaak veel warmte af en kunnen onder 'gunstige' omstandigheden brand veroorzaken. Een flikkerende TL-lamp kan een potentiele brandveroorzaker zijn.

Een alarm¬systeem

  • Wat heeft een alarm¬systeem met brand te maken? Alles. Veel inbrekers wissen hun sporen maar al te graag met een lucifer. Een alarm¬systeem heeft een dubbele werking. U voorkomt diefstal én brandstichting. Zo betaalt een alarm¬systeem zich snel uit.

Blusmiddelen zijn altijd binnen handbereik

  • Direct na aankoop hangen of staan de blusmiddelen altijd op de goede plek. Zet de blusmiddelen nooit 'even' op een andere plek, en zet er ook niets voor. Check voor de zekerheid regelmatig of alle blusmiddelen nog bereikbaar zijn. En zorg ervoor dat iedereen weet waar de blusmiddelen hangen.

Weet hoe blusmiddelen werken

  • Bij een beginnende brand weten veel medewerkers niet hoe de blusmiddelen werken. Branden worden hierdoor vaak onnodig groter. Zorg er daarom voor dat niet alleen de BHV'er over deze kennis beschikt.

Zorg voor een ‘gezonde’ spanning

  • Veel branden ontstaan door ondeskundig gebruik van elektrische apparaten, gebrekkige apparatuur of een onveilige elektrische installatie. Zorg daarom voor veilige apparaten en voor een zorgvuldig aangelegde elektrische installatie. En hou het onderhoud up-to-date. Trek laders uit het stopcontact zodra apparatuur is opgeladen.

Verdiep je in innovatieve melders

  • De ontwikkelingen op het gebied van innovatieve melders gaan snel. Veel apparatuur is tegenwoordig met elkaar te verbinden (Internet of Things), wat weer handige informatie kan opleveren. Gaat opeens de temperatuur in uw bedrijfspand omhoog, dan kan het raadzaam zijn om via de webcam even polshoogte te nemen en de brandweer te waarschuwen bij een echte calamiteit.
  • Dividendbelasting niet afgeschaft! Wat zijn de gevolgen?

    Het kabinet heeft bekend gemaakt dat de afschaffing van de dividendbelasting niet door gaat. Het hierdoor vrijgekomen bedrag van € 1,9 mld laat het kabinet geheel ten goede te laten komen aan het bedrijfsleven in de vorm van lastenverlichting van de vennootschapsbelasting. De vennootschapsbelasting wordt in kleine stapjes verlaagd.

    Tarieven vennootschapsbelasting

    Het doel van deze wet is dat de pensioendeelnemer:

    Winst 2018 2019 2020 2021
    Vanaf € 200.000 25% 25% 22,5% 20,5%
    Tot en met € 200.000 20% 19% 16,5% 15%

    De aangekondigde regeling, die DGA’s ontmoedigt om bedragen groter dan € 500.000,– te lenen bij hun bv, wordt ietwat verzacht. Eigenwoningschulden zullen buiten het bereik van de regeling vallen.

    Informatieplicht werkgever t.a.v. pensioen

    De Pensioenwet verplicht de werkgever zijn pensioenovereenkomst met de werknemer na te komen. Daarnaast geeft de wet, ter bescherming van de werknemer, voorschriften over de uitvoering van de pensioenregeling. Uitgangspunt van de Pensioenwet is dat pensioen een arbeidsvoorwaarde is.

    De Pensioenwet regelt tevens een wettelijk recht op voorlichting over het pensioen van de pensioendeelnemers. Concreet betekent dit dat werkgevers en pensioenuitvoerders (pensioenfondsen en pensioenverzekeraars) verplicht zijn de werknemer te informeren over zijn pensioen.

    De wettelijke informatieplicht is geregeld in de Wet Pensioencommunicatie.

    Het doel van deze wet is dat de pensioendeelnemer:

    • weet hoeveel pensioen hij kan verwachten
    • kan nagaan of dat voldoende is
    • zich bewust is van de risico’s van de pensioenvoorziening

    Een pensioenuitvoerder mag de communicatie met zijn deelnemers digitaal uitvoeren, tenzij de deelnemer hier bezwaar tegen maakt. In dat geval vindt de communicatie schriftelijk plaats.

    In de Wet Pensioencommunicatie is ook een rol voor de werkgever opgenomen.

    Uit het onderzoek van TNS-NIPO (2012) is gebleken dat werknemers hun werkgever als eerste aanspreekpunt zien voor pensioenzaken en dat een prominente rol van de werkgever een positieve bijdrage kan hebben op het pensioenbewustzijn van de werknemer. Daarnaast is de werkgever al verantwoordelijk voor informatieverstrekking over arbeidsvoorwaarden en dus ook pensioen.

    Van de werkgever wordt verwacht dat hij tijdig de relevante gegevens aanlevert aan de pensioenuitvoerder. De rol voor de werkgever betekent concreet dat de werkgever ervoor moet zorgen dat nieuwe werknemers binnen 3 maanden worden geïnformeerd over de kenmerken van de pensioenregeling, de uitvoering van de regeling en over persoonlijke omstandigheden die een actie van de werknemer kunnen vergen. Met persoonlijke omstandigheden wordt bijvoorbeeld bedoeld; baanwisseling, scheiding, samenwonen en arbeidsongeschiktheid. Met kenmerken wordt ook bedoeld mogelijke keuzes die een werknemer kan maken binnen een pensioenregeling. De werknemer dient ook gewezen te worden op de website van de pensioenuitvoerder en de mogelijkheid om het pensioenregister te raadplegen.

    Een goedkope AOV? 5 tips om te besparen op uw AOV.

    Veel ondernemers zien de arbeidsongeschiktheids¬verzekering (AOV) als een dure verzekering. Maar u kunt voor een deel zelf bepalen hoe hoog uw premie wordt. Lees welke keuzemogelijkheden u hebt om de premie te verlagen.

    Kies voor een langere wachttermijn

    Uw AOV- premie wordt een stuk lager als u voor een langere wachttermijn kiest. In de praktijk betekent dit dat u bij arbeidsongeschiktheid een langere tijd moet overbruggen voordat u uw eerste uitkering krijgt. Uiteraard moet u hierbij wel rekening houden met uw financiële reserves.

    Kies voor een lager verzekerd bedrag

    Als u een AOV-sluit, kiest u een verzekerd bedrag: het bedrag dat u krijgt uitgekeerd als u arbeidsongeschikt raakt. Veel ondernemers kiezen het maximum dat ze kunnen verzekeren. Maar u kunt ook voor een lager bedrag kiezen. Dan betaalt u minder premie. Uiteraard krijgt u dan ook minder uitkering als u arbeidsongeschikt raakt.

    Kies voor een hogere uitkeringsdrempel

    Uw uitkeringsdrempel is een percentage dat u minstens arbeidsongeschikt moet zijn om een uitkering te krijgen. Hierbij geldt: hoe hoger het percentage, hoe goedkoper de premie. Dat betekent wel dat de kans groter wordt dat u niet genoeg arbeidsongeschikt bent om een AOV-uitkering te krijgen.

    Kies voor een kortere uitkeringslooptijd

    Bij het afsluiten van een AOV kiest u een uitkeringslooptijd. Dit is het aantal jaar dat u een AOV-uitkering krijgt. Daarna moet u zelf voor een inkomen zorgen. Met een kortere uitkeringslooptijd is uw premie lager. Maar dan moet u wel eerder voor uw eigen inkomen zorgen.

    Laat uw AOV niet doorlopen totdat u AOW krijgt

    Een AOV loopt vaak door totdat u met pensioen gaat. Maar dat hoeft niet. U kunt de uitkering ook eerder stoppen. Het is dan wel belangrijk dat u genoeg reserves hebt om de resterende periode te overbruggen.

    Zoals u ziet, is het zeker mogelijk om te besparen op een arbeidsongeschiktheids¬verzekering. Let uiteraard wel op dat u door uw keuzes niet in de problemen komt bij arbeidsongeschiktheid. Want hoe lager de premie, hoe meer risico u als ondernemer loopt. En wilt u weten wat voor u de beste optie is? Maak dan een afspraak met ons.

    Wijzigingen pensioenwet 1 maart 2018

    Per 1 maart 2018 zijn er een paar kleine wijzigingen in de Pensioenwet van kracht geworden. De wijzigingen die per 1 maart 2018 al ingaan, zijn niet heel ingrijpend. Het gaat om de regels voor collectieve waardeoverdracht en bezwaarrecht bij aanpassing van de fiscale pensioen richtleeftijd.

    De wet bevat onder meer de volgende onderdelen:

    1. Vervanging van recht voor de uitvoerder om een klein pensioen af te kopen door een wettelijk recht voor de uitvoerder om dat over te dragen. Afkopen klein pensioen verandert vanaf 2019 voor diegenen die vanaf 2018 uit dienst zijn getreden. Dit wordt vervangen door een recht voor de pensioenuitvoerder om zonder instemming van de werknemer het pensioen over te dragen naar zijn nieuwe pensioenuitvoerder. Als dat na 5 jaarlijkse pogingen niet is gelukt kan de pensioenuitvoerder alsnog afkopen. Voor degenen die vóór 2018 uit dienst zijn getreden komt er nog een opschoonactie waarbij in fases wordt getracht zoveel mogelijk kleine pensioenen over te dragen naar een nieuwe pensioenuitvoerder zonder dat dit tot (administratieve) overbelasting van het systeem leidt. Omdat de rekenregels voor waardeoverdracht gelden kunnen uit waardeoverdracht van klein pensioen overigens wel bijbetalingsverplichtingen voor werkgevers voortvloeien.
    2. Verval van hele kleine pensioenen. Volgens de wet vervallen zeer kleine pensioenen (minder dan € 2 per jaar) bij uitdiensttreding, tenzij de werknemer emigreert naar een andere lidstaat en de pensioenuitvoerder hiervan op de hoogte heeft gesteld. In het overgangsrecht wordt onder voorwaarden ook de mogelijkheid geboden om dit voor bestaande, zeer kleine pensioenen te doen van werknemers waarvan de pensioenopbouw door uitdiensttreding is beëindigd.
    3. De mogelijkheid om zonder instemming van de rechthebbende – onder voorwaarden – de opgebouwde pensioenen collectief te converteren naar een nieuwe fiscale pensioenrichtleeftijd. De wet bevat ook de mogelijkheid om ouderdomspensioen om te zetten naar een nieuwe fiscale pensioenrichtleeftijd (dus 65, 67 of 68), zonder dat de werknemer daar bezwaar tegen kan maken. De (wijziging van de) pensioenregeling moet dan wel die omzetting bevatten en de werknemer moet het kunnen terugzetten naar de oorspronkelijke leeftijd, waarbij dit niet tot een verschil in uitkomst mag leiden. Door latere wijzigingen in de grondslagen die de pensioenuitvoerder collectief hanteert kan er wel een wijziging ontstaan, maar de pensioenuitvoerder mag daarbij geen rekening houden met het risico dat bepaalde groepen dat eerder zullen doen dan andere groepen.

    Cybersecurity

    Bedrijven maken zich meer zorgen om de cyberveiligheid dan twee jaar geleden, maar die zorgen zijn niet evenredig terug te vinden in de manier waarop ze met cybersecurity omgaan, zo blijkt uit een onderzoek van Marsh onder 1.300 directeuren van bedrijven. Tweederde van de respondenten rangschikt cybersecurity tot de vijf grootste prioriteiten van het management, bijna twee keer zo hoog als in 2016. Driekwart bestempelt bedrijfsstilstand als het grootste cyberrisico; 55% noemt datalekken als risico. Meer weten ?

    Ondanks het groeiende risicobewustzijn zegt slechts 19% van de respondenten een groot vertrouwen te hebben in de manier waarop hun onderneming in staat is adequaat te reageren op een cyberincident teneinde zo de gevolgen tot een minimum te beperken. Drie van de tien bedrijven geeft aan een concreet plan te hebben om te reageren op een cyberaanval. Minder dan de helft van de bedrijven heeft het financiële risico van een cyberaanval gekwantificeerd.

    Per 25 mei 2018 is de AVG van kracht en dienen ondernemingen aan deze wetgeving te voldoen. Dit houdt onder andere in dat aangetoond moet kunnen worden hoe persoonsgegevens worden verwerkt en dat datalekken verplicht binnen 72 uur moeten worden gemeld. Bedrijven en organisaties die hierin falen, riskeren boetes die kunnen oplopen tot 20 miljoen euro of 4 procent van de jaarlijkse wereldwijde omzet. SAG helpt u graag om tijdig te voldoen aan de AVG en het afstemmen van de verzekeringen op de toenemende cyberrisico’s in de huidige digitale wereld. Wilt u meer weten neem dan contact met ons op voor het maken van een afspraak.

    Algemene verordening gegevensbescherming (AVG)

    Per 25 mei 2018 is de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) van kracht. Daarin zijn strengere regels vastgelegd voor de bescherming van persoonsgegevens. De afgelopen maanden is hard gewerkt aan de vertaalslag van de AVG naar onze organisatie. Ook uw bedrijf en uw zakelijke relaties krijgen met de AVG te maken. Daarom vertellen we u er graag kort meer over.

    Organisaties moeten aantonen dat ze voldoen aan de nieuwe verordening die op 25 mei 2018 ingaat.

    Dat vergt inspanningen en investeringen. Zo dient u een verwerkingsregister op te stellen, waarmee u onder andere moet bijhouden welke persoonsgegevens uw organisatie verwerkt, wat de verwerkingsdoeleinden zijn, hoe lang de gegevens worden bewaard en welke maatregelen zijn getroffen om privacyrisico’s te beperken.

    De AVG maakt een onderscheid tussen verwerkingsverantwoordelijken en verwerkers. De verwerkingsverantwoordelijke is degene die het doel en de middelen voor de gegevensverwerking vaststelt. De verwerker daarentegen kan geen invloed uitoefenen op het doel en de middelen voor de gegevensverwerking. De verwerker handelt uitsluitend in opdracht van de verwerkingsverantwoordelijke bij het verwerken van persoonsgegevens, zonder rechtstreeks onder zijn gezag te vallen.

    Het is van belang om duidelijk vast te stellen of de gegevens worden verwerkt in de hoedanigheid van verwerkingsverantwoordelijke of verwerker. Duidelijkheid over de rolverdeling is van belang omdat een verwerkingsverantwoordelijke belast is met de naleving van de hele AVG en daarop aangesproken kan worden. Daarnaast moet er een specifieke overeenkomst worden gesloten wanneer er een verwerker in het spel is.

    Van verwerking is bijvoorbeeld sprake als persoonsgegevens worden bewaard of opgevraagd, maar ook als persoonsgegevens worden verzameld, gewijzigd, geraadpleegd, afgeschermd of uitgewist.

    Besteedt u uw salarisadministratie uit aan een administratiekantoor? Dan bent u de ‘verwerkingsverantwoordelijke’ en het administratiekantoor een ‘verwerker’ in de zin van de AVG.

    De verwerkingsverantwoordelijke bepaalt het doel en de middelen van een verwerking van persoonsgegevens. U bepaalt wat het administratiekantoor met de persoonsgegevens van uw personeel moet doen.

    U dient alles volgens de nieuwe verordening te doen, te documenteren, te evalueren, te wijzigen en te verbeteren. De boetes voor het niet voldoen aan de wettelijke vereisten kunnen oplopen tot EUR 20 mln of 4% van de omzet van uw organisatie. Wilt u meer weten neem dan contact met ons op. We praten u dan graag bij.